De logistieke draaischijf van Europa

Dagelijks denderen tientallengoederentreinen vanuit Rotterdam zonder te stoppen langs de twee Gelderse steden richting Duitsland.

Dagelijks denderen tientallengoederentreinen vanuit Rotterdam zonder te stoppen langs de twee Gelderse steden richting Duitsland.

Zuid-Nederland heeft een sterke positie in logistiek en transport vanwege de gunstige ligging ten opzichte van de havens van Rotterdam en Antwerpen en de afzetgebieden in Europa. Om concurrerend te blijven, zullen de regionale hotspots in Zuid-Nederland in de toekomst vaker met elkaar moeten samenwerken. Alleen zo wordt Nederland de logistieke draaischijf van Europa. In dit artikel worden drie hotspots onder de loep genomen.

West-Brabant

De gemeenten Breda, Oosterhout, Moerdijk en Roosendaal vormen samen de logistieke regio West-Brabant. De vier gemeenten doen er alles aan om het logistieke ondernemers naar de zin te maken, en dat werpt zijn vruchten af. Dat wordt bewezen door de aanwezigheid van vele bedrijven als Abbott Logistics, RICOH, FUJIFILM Europe en SABIC. In logistieke lijstjes eindigt de regio steevast in de top drie. De regio ligt strategisch tussen de havens van Antwerpen en Rotterdam en de aanwezigheid van kennis- en lobbyinstanties Dinalog en REWIN, beide gevestigd in Breda, vergroot bij het bedrijfsleven de aantrekkelijkheid van de regio. De infrastructurele ontsluiting wordt steeds robuuster. Zo is in november vorig jaar een ontbrekend stuk van de snelweg A4 (tussen Dinteloord en Halsteren) in gebruik genomen. Dat was de missende schakel in de A4/A29 verbinding tussen Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam. Hoewel West-Brabant er veel aan doet om de logistieke sector te versterken, is een gouden toekomst allerminst verzekerd. Om die veilig te stellen moet nog slimmer gebruik gemaakt worden van de verschillende modaliteiten, zo stelt de Brabantse SER in een recent advies. “Het huidige gebruik van de bestaande knooppunten is volstrekt onvoldoende om in 2030 een topregio te kunnen zijn.”

Arnhem-Nijmegen

Knooppunt Arnhem-Nijmegen heeft alles in huis om een logistieke hotspot te worden. Maar dat is de regio nog niet. De twee steden, die op logistiek gebied samen optrekken, halen nog te weinig profijt uit hun ideale ligging: tegen de grens met Duitsland en pal aan de rivieren Rijn en Waal. Toch zijn transport en logistiek lokale economische pijlers die aan ongeveer 26.000 mensen werk bieden, 7,4 procent van de totale werkgelegenheid. Enkele grote bedrijven hebben er hun distributiecentrum, waarvan ketchupfabrikant Heinz een aansprekende is. Door de kennis en kunde op logistiek gebied te bundelen in het Logistiek Expertise Centrum (LEC) hoopt de regio zijn logistieke positie in de toekomst te verstevigen.

De regio wil werk maken van zijn goede geografische ligging door meer samen te werken met Duitse gemeenten als Duisburg en Emmerich. Met het doortrekken van de A15 naar de A12 in 2018, komt er een rechtstreekse snelwegverbinding van Rotterdam naar het Ruhrgebied. Maar waarom is de regio nog geen echte nationale hotspot? Knelpunt blijft de Betuweroute. Dagelijks denderen tientallen goederentreinen vanuit Rotterdam zonder te stoppen langs de twee Gelderse steden richting Duitsland, zonder dat de regio er waarde uit kan halen. Al sinds de aanleg van de goederenspoorlijn wordt er nagedacht over een overslagpunt voor containers bij Valburg, maar vooralsnog zonder concrete actie tot gevolg. Volgens experts is zo’n overslagpunt noodzakelijk om van de regio een echte ‘synchromodale’ hub te maken.

Venlo-Venray

De regio rond Venlo (ook wel Greenport Venlo) is het derde logistieke knooppunt van Nederland, na Rotterdam en Schiphol. Afgelopen jaar werd de regio door Logistiek.nl voor de zevende keer verkozen tot de beste logistieke hotspot van Nederland. Via Venlo passeren dagelijks gemiddeld 21.000 vrachtauto’s de grens met Duitsland.

De infrastructuur in de Limburgse regio blijft zich ontwikkelen. Zo heeft Venlo lang moeten uitzien naar een aftakking van snelweg A73 naar Duitsland. Die ligt er sinds 2012. Die nieuwe A74 is maar een stukje van twee kilometer naar de Duitse grens, waar de snelweg aanhaakt op de Duitse A61. Maar in Venlo zijn ze er erg blij mee, omdat het vele vrachtverkeer nu niet meer door de stad hoeft te rijden. En over twee jaar zal de stad beschikken over een derde spoorterminal, bij Trade Port Noord. Die zal een welkome aanvulling zijn op de twee andere spoorterminals, Cabooter en ECT, die tegen de grenzen van hun capaciteit aanlopen.

Hoe komt het dat de Venlose regio het zo goed doet? De locatie is natuurlijk belangrijk. Wat ook meespeelt: Venlo distribueert niet alleen Rotterdamse goederen naar de rest van Europa, maar produceert zelf ook veel, zeker in de agro- en foodsector. Tientallen bedrijven distribueren hun producten vanuit Venlo naar de rest van de wereld.

En om in de ratrace van de logistieke wereld niet achterop te raken, zet Venlo zwaar in op het opschroeven van het kennisniveau. Met de Greenport Venlo Campus zal de regio van een logistieke hotspot verder moeten doorgroeien naar een kennishotspot, zo luidt de ambitie.

Een andere reden voor het Venlose succes zit in de goede gebiedsregie, zeggen beleidsmakers uit de regio Arnhem-Nijmegen in een recent rapport enigszins jaloers: “In Venlo heeft namelijk één centrale partij de regie over de uitgifte van de logistieke terreinen. Door deze regie vindt afstemming plaats, verloopt de acquisitie meer gecoördineerd en dit levert uiteindelijk meer resultaat op.”

Tekst: Tijdo van der Zee